| Huisvesting. |
|
De stal Dwerggeiten moeten een schuilplaats hebben voor regen en kou. Die schuilplaats kan variëren van een afdakje uit de wind tot een verblijf waar alle dieren hun eigen plekje hebben. De huisvesting kan sober zijn maar de praktijk leert ook dat er paradijselijke onderkomens voor dwerggeiten zijn gebouwd.
Een stal voor dwerggeiten. In ieder geval moet de stal tochtvrij zijn en een droog onderkomen bieden. Hieraan hebben dwerggeiten namelijk een hekel. Indien men enkele geitjes wil houden dan kan dit in één ruimte. Wordt de kudde groter dan is het raadzaam om meerdere afdelingen te maken. De dieren die onderaan in de rangorde staan worden dan minder verstoten. Wanneer er ook lameren worden geboren is het wenselijk dat ieder dier zijn eigen hok heeft om het verstoten van de lammeren door andere moederdieren te voorkomen. Wanneer er aparte hokken worden gebouwd is het verstandig om de geiten met elkaar in contact te laten blijven door middel van gleuven, mazen, stevig gaas o.i.d. Dit bevordert de rust in de stal. Als standaardmaat voor de aparte afdelingen geldt als algemene richtlijn 1,5 – 2 m2 per dier. Dit is voldoende om een moeder met lammeren te houden. Als hoogte wordt rond de 1 meter aangehouden. Om de lammetjes de gelegenheid te geven bij de moeder uit het hok te komen en zo over de voergang met elkaar te spelen en te dartelen kunnen er luikjes in de hokken worden aangebracht. Deze luikjes kunnen met haakjes of magneten worden bevestigd. De afmetingen van de luikjes zijn rond de 20 cm hoog x 15 cm breed. In eerste instantie vinden de moederdieren die niet prettig maar naar verloop van tijd gaan ze er wel mee akkoord. De lammeren vinden het schitterend en als ze eenmaal de uitweg naar meer speelruimte hebben gevonden zijn ze niet meer te houden. Op deze manier kunnen de lammeren ook naar behoefte worden bijgevoerd. Met name bij meerlingen is dit een ideale manier om de individuele voeding van de dieren te sturen.
Binnenkant van een stal. Zorg er voor dat de stal niet te donker is. In een lichte stal zullen de dieren zich plezieriger en dus beter op hun gemak voelen. Hiervoor kunnen voldoende ramen of lichtdoorlatende dakbedekking uitkomst bieden. Ook TL-licht wordt veel gebruikt in dwerggeitenstallen.
Voerbakje in de stal. Ventilatie is noodzakelijk in een dwerggeitenstal. Er wordt de nodige ammoniak geproduceerd en deze moet worden afgevoerd. Uiteraard moeten die dieren kunnen beschikken over frisse lucht. Er kan natuurlijk worden geventileerd door een deur open te zetten of door een ventilatiesysteem in de stal in te bouwen (open nok en luiken aan de zijkant). Ook is mechanische ventilatie mogelijk waarbij door een ventilator een bepaalde luchtstroming wordt gecreëerd. Pas hierbij op dat er geen tocht ontstaat. Isolatie van de stal is niet beslist noodzakelijk. Dwerggeiten kunnen vrij goed tegen een lagere temperatuur. Indien u er voor kiest om vroeg in het voorjaar lammeren geboren te laten worden dan dient u er wel voor te zorgen dat de stal vorstvrij is. Dwerggeitenhouders die met de dieren naar tentoonstellingen gaan kiezen er doorgaans voor om hun stallen te isoleren omdat de dieren dan minder dik in de beharing zijn en vroeger in het seizoen in een mooie conditie komen. In het hok horen ook bakjes voor het krachtvoer. Als de dieren in groepshuisvesting worden gehouden is het verstandig om op meerde plaatsen voerbakken te hangen. Deze voerbakken dienen op een hoogte van rond de 50 cm te worden bevestigd. Niet te hoog omdat de lammeren er niet bij kunnen; niet te laag omdat anders mogelijk de bakken worden vervuild. Sommige dwerggeitenhouders hebben een systeem gebouwd waarbij de bakken na het eten uit de hokken worden gehaald zodat de geiten er niet in kunnen gaan staan en de bakken niet worden vervuild. De hooiruif kan het beste worden bevestigd op een hoogte van 80 – 100 cm met mazen van rond de 3 tot 5 centimeter. De mazen moeten niet te ruim zijn omdat anders te veel hooi verloren gaat. |






